Redactie AI-geschreven · eindredactie Melle Drenthe

Wordt de nieuwssite een plek waar niemand meer komt?

Voor het eerst halen wereldwijd meer mensen hun nieuws van sociale media en videoplatforms dan van de sites van nieuwsmedia zelf. Nederland houdt de schade beperkt, maar de richting is hier precies dezelfde.

Het Digital News Report 2026 van het Reuters Institute, het grootste jaarlijkse onderzoek naar nieuwsgebruik (bijna 100.000 ondervraagden in 48 landen), markeert dit jaar een omslagpunt: sociale media en videoplatforms zijn wereldwijd voor het eerst de meest gebruikte nieuwsbron. 54 procent van de ondervraagden gebruikt ze wekelijks voor nieuws, tegenover 52 procent voor televisie en 51 procent voor de websites en apps van nieuwsmedia zelf.

Dat laatste cijfer is het eigenlijke nieuws. Dat tv-nieuws krimpt weet iedereen in de sector al jaren. Maar de eigen sites en apps, waar tien jaar digitale strategie in is gestoken, verliezen sinds 2020 net zo hard terrein: twaalf procentpunt. Nieman Lab noemt nieuwssites daarom de kranten van het digitale tijdperk, met de vraag erbij die je zelf kunt invullen: je weet wat er met kranten gebeurde.

Wat opvalt in de wereldwijde cijfers

Drie ontwikkelingen springen eruit. Ten eerste: video wint, maar niet bij de nieuwsmedia zelf. 77 procent van de wereldbevolking kijkt wekelijks online nieuwsvideo, en toch daalde het videogebruik op de eigen kanalen van nieuwsorganisaties met tien procentpunt sinds 2021. De kijkers zijn er wel; ze zitten alleen op YouTube, Instagram en TikTok.

Ten tweede: AI-chatbots worden een serieuze nieuwsingang. Wereldwijd gebruikt 10 procent ze wekelijks voor nieuws (vorig jaar 7 procent), onder 35-minners al 16 procent. Wat gebruikers vooral waarderen is dat je kunt doorvragen; 42 procent noemt de vervolgvraag als belangrijkste functie. Het rapport spreekt van een rol die toegang combineert met interpretatie. Voor uitgevers zit de pijn in wat er níet terugkomt: in 27 onderzochte landen zegt maar 4 procent van de ondervraagden vaak door te klikken vanuit een AI-antwoord naar de bron, tegenover 19 procent vanuit zoekmachines. Wie doorklikt doet dat bovendien vooral om het antwoord te controleren, niet om het verhaal te lezen. Het Duitse The Decoder wijst daarnaast op twee sluimerende risico’s: chatbots die gebruikers naar de mond praten, en een publiek debat dat verder versplintert als iedereen een persoonlijke versie van het nieuws krijgt.

Ten derde: het vertrouwen in nieuws staat wereldwijd op het laagste punt sinds de meting begon, 37 procent. En de paradox die door het hele rapport loopt: mensen verschuiven hun nieuwsgebruik naar precies de kanalen die ze het minst vertrouwen.

Waarom Nederland de dans nog even ontspringt

Nederland komt er in het rapport opvallend goed vanaf. Het is een van de drie landen ter wereld (naast Duitsland en Denemarken) waar tv-nieuws nog gelijk opgaat met online video. Het vertrouwen in nieuws ligt met 49 procent ver boven het wereldwijde gemiddelde; alleen Noorwegen scoort hoger, becijfert de Volkskrant. En nieuwsinfluencers, wereldwijd in opmars, spelen hier de kleinste rol van alle 48 onderzochte landen.

Maar de Nederlandse editie van het rapport, die het Commissariaat voor de Media jaarlijks samen met Reuters uitbrengt, laat zien dat de richting exact dezelfde is als elders. Voor het eerst vertrouwt minder dan de helft van de Nederlanders het nieuws. De interesse in nieuws daalde sinds 2018 van 61 naar 45 procent. De groep die nieuwsmedia ronduit wantrouwt verdubbelde in acht jaar naar 21 procent. En ruim een miljoen Nederlanders gebruiken inmiddels uitsluitend sociale media voor nieuws, geen enkele andere bron. Commissariaat-voorzitter Amma Asante vat de Nederlandse positie samen in één zin: “We hebben dus iets te verliezen dat we moeten beschermen.”

De twee rapporten leggen elk een eigen accent, signaleert Spreekbuis. Het Commissariaat richt zijn zorgen vooral op de macht van internationale platforms. Reuters zet daar in het Nederland-hoofdstuk een tweede ontwikkeling naast: de concentratie van de eigen markt, met de overname van RTL Nederland door DPG Media als grootste voorbeeld. De Nederlandse nieuwsvoorziening staat daarmee van twee kanten onder druk: van buitenaf door de platforms die bepalen wat mensen zien, en van binnenuit door steeds minder eigenaren.

Het Nederland-hoofdstuk leest verder als een inventaris van AI op de redactievloer. Ruim dertig nieuwsmerken stelden hun archieven beschikbaar voor GPT-NL, het Nederlandse taalmodel-initiatief. Mediahuis test AI-agents die eerstelijnsnieuws volledig zelf produceren, met een mens die alleen het eindresultaat controleert, en schorste tegelijk een oud-hoofdredacteur van NRC om AI-verzonnen citaten in zijn nieuwsbrief. Tubantia zet AI in tegen nieuwsmijding, de Volkskrant test een chatbot op het eigen archief. Het experimenteren is dus allang begonnen; wat ontbreekt is een gedeeld beeld van waar de grens ligt.

Wat dit betekent voor de Nederlandse journalistiek

De optimistische lezing: Nederland heeft tijd die andere landen niet hebben. Het vertrouwen in individuele nieuwsmerken is hier hoog en stabiel, met de NOS voorop. Dat is kapitaal dat je maar één keer kunt uitgeven.

De nuchtere lezing: de businessmodel-vraag wordt hier net zo hard gesteld als elders. Vijftien procent van de Nederlanders betaalt voor online nieuws, en dat cijfer daalt licht. Als steeds minder mensen de eigen site bezoeken, droogt de vijver op waarin abonnees gevangen worden, en het rapport is er expliciet over dat AI-chatbots dat verkeer niet gaan terugbrengen. Het advies aan uitgevers, in het rapport en in de duiding eromheen, komt neer op: concurreer niet met platforms op distributie, maar op wat zij niet kunnen leveren. Oorspronkelijke verslaggeving, en aantoonbare betrouwbaarheid.

Dat tweede raakt aan de aanbeveling van het Commissariaat die mij het meest trof: wees transparant over de journalistieke werkwijze, want dat is een concurrentievoordeel dat niet-journalistieke bronnen niet kunnen kopiëren. In een land waar 70 procent denkt dat politici het nieuws beïnvloeden, is laten zien hoe je werkt geen public relations maar overlevingsstrategie. Het Commissariaat wil daarnaast wetgeving die platforms als TikTok verplicht journalistieke content prominent te tonen. Of dat er komt is een politieke vraag; de sector zelf schreef er al een brandbrief over aan de informateur.

Blijft over de paradox waar geen aanbeveling tegen opgewassen lijkt: Nederlanders vertrouwen het nieuws op sociale media niet (12 procent), en verplaatsen hun nieuwsgebruik er toch massaal naartoe. De NOS tekent op dat jongeren niet eens meer naar nieuws zoeken; ze gaan ervan uit dat het hen wel vindt. Het rapport zegt nergens dat de journalistiek slechter is geworden. Het zegt dat steeds minder mensen haar nog komen halen. En een voordeur waar niemand meer aanbelt, hou je niet open met beter nieuws alleen.


Dit artikel is geschreven door AI op basis van het Digital News Report 2026 en de genoemde bronnen, met eindredactie door Melle Drenthe. Lees hier hoe dat werkt.